Iconen

Icoon komt van het griekse woord "eikon" wat betekent beeld en gelijkenis. Op iconen worden Christus, de Moeder Gods en de heiligen afgebeeld met gebeurtenissen en mysteries uit hun leven. Het brengt een ontmoeting tot stand gebracht met de afgebeelde die aanwezig komt. Ze zijn voor de gelovigen van de Oosterse Kerk als een sacrament, een venster op de Hemel. Na de christenvervolging van de eerste drie eeuwen worden iconen in het openbaar toegestaan. Christus wordt naar het voorbeeld van de toenmalige keizerportretten als de Albeheerser afgebeeld die het wetboek in de handen draagt. Via deze portretten brachten de mensen de keizer eer, wisten hem aanwezig en namen in zijn naam beslissingen. Christenen eren op deze wijze middels een icoon Christus. Met zijn nabijheid begeleidt Hij hen door het leven.

Iconen worden begroet, vereerd en bewierookt vanuit het besef dat deze verering overgaat op de persoon die is afgebeeld De beste materialen uit de schepping worden aan Hem terugaangeboden. Zo wordt het leven doordrenkt met een intieme verbondenheid met Christus en de heiligen. Het mysterie op de icoon wordt ook tegenwoordig gesteld in het dagelijkse leven van de gelovigen. In de concilies van Nicea wordt de plaats en het doel van iconen verder uitgewerkt. Het binnentreden van Gods genade wordt op de iconen zichtbaar door de diepteschaduwen die ontstaan door de lichtbron die Ďachterí de icoon verscholen is: het goddelijk Licht dat de wereld verlicht. De vereniging van de mens met God wordt verbeeld door de voetstappen op de rotsen die hen stap voor stap naar boven, naar Hem voeren.